· 

Meer over Canggu en ik ga naar Ubud

 

De tijd vliegt voorbij dus het wordt tijd dat ik nog wat meer vertel over het dagelijks leven hier in Canggu, een vakantieplaatsje aan de zuidkust van Bali. Het verblijven in een co-living community is echt anders natuurlijk dan alleen vakantie vieren. Iedereen is hier op zijn eigen manier bezig met een combinatie tussen werk en genieten van Bali. De meeste mensen die ik heb ontmoet zijn alleen gekomen en soms zijn er stellen die samenwerken of ieder een eigen bedrijfje of opdrachten hebben. Zij verdienen ook echt hun geld met hun online werk en trekken na een paar weken of maanden weer verder naar een andere digital nomad spot in bijvoorbeeld Thailand. Er zijn ook mensen die willen ervaren of willen uitproberen of deze lifestyle bevalt.

Op Bali begint het leven meestal vroeg. De lokale inwoners zijn sowieso nogal “early birds”. Voor dag en dauw gaan ze naar de markt, zijn ze aan het koken of onderweg naar werk. Mijn Dojo villa staat gewoon tussen de lokale huizen dus ik word meestal wakker van alle hanen die aan t kraaien zijn. Ook in het huis zelf is er ’s ochtends genoeg activiteit, Putu en Giska (the cleaning girls) zijn er om 8 uur en bewoners zijn in de keuken bezig met het ontbijt. Iedereen heeft zijn eigen routine en invulling van de dag. Wel leuk om aan ‘t einde van de dag te horen wat iedereen gedaan heeft. Soms blijf ik aan de keukentafel zitten, soms ga ik naar Dojo coworking met de scooter. Het voordeel daarvan is dat je ook andere gezichten ziet en je er een heel goed ontbijt kunt scoren. Het is in principe 1 lange weg om vanuit mijn huis naar de flexplek te komen (ik wil dat nog filmen). Onderweg wel goed uitkijken voor overstekende kippen, honden en andere weggebruikers. Er is hier geen stoep dus alles en iedereen maakt gebruik van deze ene straat. Onderweg naar Dojo passeer je gelijk allerlei verleidingen, heel veel leuke eettentjes voor ontbijt, lunch of diner. Bijna allemaal erg hip, vegan, vegetarisch en instaproof of een combinatie hiervan. En leuke kleine winkeltjes. Ook ligt Dojo vlak bij het strand, dus kun je dit makkelijk combineren. Inmiddels heb ik wel wat vaste adresjes gevonden, supermarktjes (zelfs een biologische!), een wasvrouwtje (superschattig), een bakkerij (met heerlijk brood), een yogaschool, een koffiebar met goede iced cappuccino en tja wat heeft een mens verder eigenlijk nog meer nodig? Als ik mijn hoofd om de hoek van de straat steek zwaaien de massagedames al naar me, “hello Petra!”. En om het leven nog makkelijker te maken is er de Gojek app. Een soort Uber xxl voor Bali. Ik maak er vooral gebruik van om eten en drinken te bestellen, maar transport met taxi of achterop bij iemand (scooter) wordt heel veel gedaan. Als je een Indonesische bankrekening hebt zijn er nog veel meer mogelijkheden, zoals je was laten ophalen, boodschappen bezorgen, schoonmaken, reparaties doen, massage en ga zo maar door.

Maar natuurlijk is er ook tijd om wat meer van Bali te zien, al is het maar om even uit de Canggu bubble te ontsnappen want dit is natuurlijk niet hoe Bali echt is maar is een soort hipster paradijs. Een dagtour is zo geregeld en samen met medebewoonster Clarisse uit Brazilië vertrek ik twee dagen naar Ubud. Volgens Google maps is dit slechts 20 km, maar daar doe je zeker een uur over met de auto. Er zijn alleen maar eenbaanswegen, straatjes eigenlijk meer, met aan beide kanten bebouwing. Dus harder dan 40 km per uur gaat het niet. Maar het is alleen maar genieten onderweg. Kleuren en geuren, mensen, tempels en natuur. Bali heeft iets magisch, en dat komt vooral door een mix van al deze elementen. Heel bijzonder om te zien en het blijft mij fascineren, vooral het dagelijks leven van de Balinezen, zij leven nog steeds volgens hun eigen tradities. We bezoeken een dansshow, de Barong dans beeldt een mythisch verhaal uit tussen goed en kwaad, de dansers zijn gekleed in bijzondere kostuums. En lopen over een markt (´s ochtends tussen 06.00 en 09.00 uur is dit de normale fruit- en groentemarkt, daarna wordt het omgetoverd naar een souvenir markt). Maken foto’s in het royal palace in Ubud, en natuurlijk wandelen we door the monkey forest (kijk uit voor je zonnebril). We lunchen met uitzicht over rijstvelden, drinken koffie bij een koffieplantage en gaan natuurlijk naar de Bali swing voor een super mooie foto bij de Tegallalang rijstvelden. Lekker toeristisch dagje maar dat hoort er ook bij. De volgende Ubud dag wandelen we over de Campuhan ridge, een wandelpad over een heuvelrug met aan beide kanten mooie uitzichten, alles is groen, groener, groenst hier. En nemen we een bad om ons ritueel te reinigen bij de Tirta Empul tempel (filmpje hiervan is te vinden op Instagram onder de IGtv button). Dit was een bijzondere ervaring, aan het einde van de dag was er bijna niemand meer en kon ik rustig alle fonteinen langs om er zeker van te zijn dat ik het ritueel goed kon uitvoeren. En ja, ik ben ook nog naar de Tanah lot tempel geweest, misschien is dit wel de meeste bezochte tempel van Bali omdat ie in zee staat. De meeste bezoekers gaan om hier de zonsondergang te zien en/of met eb omdat dan het gedeelte tussen de tempel en het vaste land droogvalt.

 

Inmiddels heb ik ook een klein nadeel ontdekt van het alleen reizen/wonen. In deze leefgroep heb je al snel aansluiting met andere bewoners, maar heb je met de een echt contact en met de ander blijft het bij “goedemorgen” en “hoe was je dag?”. Eigenlijk zoals het in het echte leven ook gaat. Je kunt niet met iedereen bevriend raken. Maar iedereen gaat ook weer weg natuurlijk, de reisschema’s zijn allemaal anders, en er komen ook vrij snel erna, soms zelfs op dezelfde dag, weer nieuwe mensen. Dus daar moet je je wel op instellen en je kunt je beter niet te veel “hechten” aan mensen waar je goed mee kunt opschieten. Leermomentje! Ik had niet anders verwacht .. 😊

Reactie schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    DvdS (maandag, 03 juni 2019 17:22)

    Weer superleuk om te lezen en jou te volgen.